De keuze om naar een andere kroeg te gaan maakten we achteloos. Er werd niet overlegd; Tom stelde voor en wij stemden met schouderophalen en gemompel van prima’s in. We volgden hem, zoals we dat al jaren deden. Zo had iedereen zijn rol in onze vriendengroep; ik liep achteraan, waar ik het overzicht had, en waar ik de kudde als een schaapherder met open armen op het juiste pad probeerde te houden. Als meest nuchtere probeerde ik de Keulse bewaker er in mijn beste Duits van te overtuigen dat we ons zouden gedragen. Hij keek naar de vijf mannen die om mij heen drentelden, schudde zijn hoofd, maar opende toen toch de deur voor ons. Alsof de sluizen opengingen stroomden we de kroeg binnen.
            Terwijl de rest de jassen ophing, liep ik meteen door naar de bar om drinken te halen. De barman zette de biertjes voor me neer, schuim gleed in witte golven langs de zijkant van het glas en trok zich vervolgens tot de rand terug. Ik keek achterom. Niemand stond klaar om me te helpen. Tom praatte – nu al – met een groepje vrouwen op de dansvloer en de andere mannen hingen er als onrustige puppy’s omheen, wachtend tot ze de aandacht kregen die ze dachten te verdienen. Ik betaalde en droeg de zes biertjes in twee keer duwen, morsen en verontschuldigen naar mijn vrienden. De volste glazen deelde ik uit en voor de laatste keer die avond kwamen we bij elkaar om te proosten met een zwaar mannengejoel waar ik niet aan mee deed.
            Vanuit de tweede rang keek ik hoe de rest zich vermaakte. We waren die dag al sinds drie uur aan het drinken en hoe meer alcohol mijn vrienden op hadden, hoe luidruchtiger en speelser ze werden, hoe meer ze de aandacht van vrouwen opzochten, en hoe ongemakkelijker ik me daarbij voelde. Nogal ironisch, want het was niet meer dan een paar minuten later dat ze op me af kwam lopen, zij,de vrouw die haar vriendinnen kwijt was aan mijn vrienden en in mij haar bondgenoot zag.
            ‘Jullie komen ook uit Nederland, toch?’ vroeg ze toen ze naast me stond. Ze was iets kleiner dan ik; als je haar volle bos krullen meerekende waren we bijna even groot.
            ‘Is het zo duidelijk?’ Ik lachte en knikte naar Tom die op dat moment aan het hakken was op een nummer van Michael Jackson. Ook al had de hoeveelheid alcohol die ik dronk op mij een minder onstuimige uitwerking dan op mijn vrienden, ik ging er wel makkelijker door praten en de gedachten die mij normaal gesproken domineerden, mijn gedrag regisseerden, sluimerden nu op de vlakte.
            ‘Waar wonen jullie?’ Ze stond inmiddels tegenover me. Haar groene ogen leken niet te knipperen.
            ‘Utrecht,’ antwoordde ik.
            ‘Wij ook!’ Ze trok haar wenkbrauwen omhoog, opende haar mond en legde haar handen kort en nauwelijks voelbaar op mijn bovenarmen. De toevalligheid van dezelfde woonplaats leek haar buitenproportioneel, en tegelijkertijd oprecht blij te maken. We hadden het over Utrecht, over onze vrienden, over Keulen, over werk. Telkens haalde ze haar hand door haar donkere krullen, ze zwaaide haar bovenste lokken over haar kruin van rechts naar links. Geen moment verdween haar lach, het leek wel alsof haar gezicht elektrisch geladen was, zo open bleven haar ogen, haar mond, en zelfs haar neus die ze na elke zin zo optrok dat er rimpeltjes in verschenen. Haar enthousiasme was besmettelijk: hoe langer we praatten, hoe meer ik mijn kaken voelde trekken van het lachen, en toen ze vroeg of ik iets wilde drinken, vergat ik te twijfelen. Ik volgde haar naar de bar waar ze twee shotjes bestelde, en nog twee, tot ze plotseling weggetrokken werd door haar vriendin en op de dansvloer belandde. Ik bleef staan, heerlijk verdoofd door de alcohol en de kracht waarmee zij alles in mijn hoofd tot stilte maande. Beelden van een dansende menigte gingen aan me voorbij als een stomme film met haar als hoofdrolspeelster. Ze danste zoals haar krullen: wild en springerig. Ik leunde met mijn ellebogen tegen de natte bar en bleef naar haar kijken, tot ze mijn kant op keek en ik zo snel en abrupt als een wippend musje mijn hoofd draaide. Ze had het door en kwam terug met uitgestoken hand. Kom, spoorde ze me geluidloos aan. Ik kon niet anders dan haar hand pakken, haar smalle vingers vol ringen sloten zich om de mijne. Ze droeg mijn hand lichtjes in de hare, trok me mee naar de dansvloer en pas toen ik dreigde los te laten verstevigde ze haar grip. Zo bleven we staan: zij op en neer springend, ik met mijn hoofd en bovenlijf mee deinzend op de muziek. Mijn lichaam had het overgenomen: ik dacht niet, ik deed. Iets wat me waarschijnlijk voor het laatst op de basisschool overkomen was, toen mijn gedachten nog net zo naïef en onbevangen als ik waren.
             We dansten, steeds dichter tegen elkaar aan, tot ze met haar billen en rug tegen me aan stond. Ik voelde het in mijn hele lijf, niet eens seksueel; er stroomde een energie die niet eerder gestroomd had, het leek op plezier, gewoon plezier, onbezonnenheid en een vrij en mij onbekend gevoel van iets doen wat niet hoort.
           
Van tijd had ik geen besef en toen na wat veel te kort leek het licht aanging en de muziek stopte, bleef ik haar vasthouden. We wiegden zachtjes door op de noten die nagalmden in onze hoofden. Op de achtergrond hoorde ik Tom boven alle stemmen uit praten, steeds harder, tot ik merkte dat hij naast me stond.
            Het was Tom die me genadeloos wakker maakte. Niet de felle tl-verlichting, niet het plotselinge wegvallen van de muziek. Het waren zijn goedkeurende geluiden, het was hoe hij juichte, het was hoe hij me als een trotse vader hard op mijn schouder klopte. Die klap leek mijn gedachten in één keer weer op gang te helpen, alsof ik een vastgelopen machine was die je met gedoseerd geweld terug aan de praat kreeg. Wat was ik aan het doen? Zijn erkenning deed me realiseren dat ik verkeerd bezig was, dat ik alles deed wat ik bij Tom zo vaak – zij het stilletjes – had afgekeurd. Ik moest het haar vertellen. Meteen.
            Hoe?
            Ik liet haar los en stopte mijn handen in mijn zakken.
            ‘Ik heb een vriendin,’ zei ik, en ik besefte hoe lomp die onverwachte mededeling was, maar ik kon haar op dat moment niet langer de illusie voorhouden van iets wat niet kon en zou gebeuren. Voor het eerst die avond verdween haar lach. Ik voelde me schuldig en in een flits zag ik voor me hoe ik haar vastpakte en zoende tot ik haar mondhoeken omhoog voelde trekken. Toen, alsof ze zichzelf op haar eigen reactie betrapte en erom terechtwees, lachte ze weer. Ze trok mijn handen uit mijn broek, leunde naar voren en hief haar hoofd tot ze met haar lippen tegen mijn oor stond.
            ‘Mag ik toch je nummer hebben?’ fluisterde ze.
            Ik schudde nee, haalde zelfs even mijn schouders op: ik dwong mezelf achteloos – net zo achteloos als hoe we voor deze kroeg, voor haar, hadden gekozen – te zijn, terwijl het in mijn hoofd stormde; alle eerder onderdrukte gedachten zochten wanhopig hun weg. Ik maakte me van haar los en schuifelde naar achteren. Vanuit mijn ooghoeken zag ik mijn vrienden vertrekken. Ze hadden de jassen al gehaald. Ik mompelde dat ik weg moest omdat we een taxi zouden delen. Ik draaide me zonder iets te zeggen om en liet me in de veilige bescherming van de kudde meedrijven naar buiten.  

Dit verhaal delen?
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *