Zonder te kijken had hij de envelop met de kop naar beneden op de eettafel in de keuken gelegd. Hij hoefde immers het logo in de rechterbovenhoek niet te zien om te weten wat het was, van wie het was. De boodschappentas zette hij op het aanrecht, hij was te vol, zakte in, en de appels die hij voor Lucy had gekocht rolden eruit en stuiterden op de grond. Hij schopte er één weg die voor zijn voeten terecht was gekomen, liep er toen achteraan, pakte hem weer op en legde hem samen met de andere appels in de lege fruitschaal. Hij haalde de rest van de boodschappen uit de tas. Diepvriesspinazie, aardappels, vlees, makkelijk eten, eten dat hij klaar zou moeten kunnen maken. Hij keek niet naar de witte envelop, hield zijn blik op de uitgestalde boodschappen, die stonden daar maar, en de brief op de houten tafel achter zich, die lag daar maar, zwaar en wit, te wit voor de donkere warme kleuren die Anne allemaal zo zorgvuldig op elkaar had afgestemd. Hij leunde met zijn handen op de rand van het aanrecht en liet zijn hoofd zakken.
            ‘Papa!’ hoorde hij toen. Meteen ging hij rechtop staan, pakte iets van de boodschappen, geen idee wat, zolang het maar leek alsof hij bezig was met dagelijks gedoe. Hij keek naar Lucy.
            ‘Ha, lieverd.’
            ‘Wat gaan we eten?’
            ‘Appelmoes.’
            ‘Appelmoes?’ Zijn dochter giechelde. Haar lange haar zat wild om haar hoofd, het pluisde. Had ze er anders niet vaak speldjes in, of een vlecht?
            ‘Ja. Dat wil je toch altijd graag?’
            ‘Ja, maar toch niet alleen, papa.’ Ze keek hem aan alsof hij dom was, heel dom. Zij zo wijs, hij de onhandige vader, hij vond het heerlijk als ze zo deed, had er alles voor over dat ze die blik nooit zou verliezen. 
            ‘Oké, oké. We hebben er ook aardappels bij, en slavinken, en eens kijken, spinazie.’ Hij hield de doos omhoog.
            ‘Spinazie met appelmoes?’ Haar wenkbrauwen omhoog, haar neus op, de rimpeltjes tussen haar ogen. Anne kon ook zo kijken. ‘Gatsie. Dat nemen we daar toch nooit bij?’
            ‘Vanavond doen we een keer gek, goed?’
            ‘Oké!’ riep ze, dat idee stond haar wel aan, en met een lach draaide ze zich weer om, denderde de trap op omhoog en ging weer verder met haar Playmobil, barbies, of wat dan ook.
            Hij sloot zijn vermoeide ogen en drukte met zijn duimen op zijn oogleden, masseerde zijn oogballen. Die envelop. Die moest hier weg. Anders zou het hem nog niet eens lukken een aardappel te schillen. Bovendien mocht Lucy hem niet te zien krijgen. Nee. Hij zou die brief eerst wegstoppen nu.


Toen hij terugkwam in de keuken zat Lucy alweer beneden, aan de eettafel.
            ‘Papa? Moet je nog niet koken? Ik zag net op de klok dat het al een groot deel over zes uur is.’
            ‘Ja, lieverd, je hebt helemaal gelijk. Ik ga nu beginnen. Wil je me helpen?’
            ‘Ja! Wat mag ik doen?’
            Hij ging naast haar aan tafel zitten.
            ‘Ik ga de aardappels schillen. Leg jij ze dan in de weegschaal? Als er 200 staat,’ hij wees naar het schermpje, ‘moet je me een seintje geven.’
            ‘Goed, papa.’ Ze legde haar armen voor zich op tafel, haar handen in elkaar gesloten, haar kin daarbovenop, en met een geconcentreerde blik verloor ze de getallen niet uit het oog. Hij zuchtte, blij dat ze nog steeds niet echt wat door leek te hebben, of in ieder geval heel goed deed alsof. Hij schilde de aardappels en stopte ze één voor één in de pan op de weegschaal.
            ‘Oeps, papa!’ Lucy zat rechtop nu en tikte hard op zijn bovenarm. Hij staat opeens al op 210. Hij heeft 200 overgeslagen.’
            ‘Dat is niet erg, dan zul je extra goed moeten eten zo.’ Hij stond op, spoelde de aardappels af, zette ze op het vuur, pakte toen het pakje met slavinken, prikte met een vork het plastic door en legde het vlees in de pan met gesmolten boter, het siste, spatte, hij voelde het prikken op zijn blote onderarmen. Hij had geen idee hoe lang het allemaal op moest staan, pakte ook maar vast de spinazie, de doos nat en plakkerig doordat hij al te lang buiten de vriezer stond, en kieperde de blokjes in de laatste pan.
            ‘Zo, nu moeten we alleen nog even wachten.’
            ‘Papa?’ Lucy lachte heel hard.
            ‘Wat is er?’
            Ze lachte nog harder. ‘Je hebt allemaal spinazie in je baard!’
            Hij ging met zijn hand over zijn kin, langs zijn mond. ‘Weg?’
            ‘Nee, wacht, ik doe het wel.’ Lucy liep naar hem toe, ging op haar tenen staan en met haar plakkerige handje veegde ze ongecontroleerd, overal, over zijn gezicht.
            ‘Zo.’
            ‘Bedankt, lieverd.’ Hij gaf haar een zoen bovenop haar kruin.
            ‘Ik vind die baard trouwens stom. Hij prikt. Waarom heb je die opeens?’
            Omdat het me allemaal niets meer uitmaakt.
           
‘Vind je het niets? Het leek me wel stoer. Een coole vader.’
            ‘Nee, papa.’ Weer die eigenwijze blik.
            Hij draaide zich om richting het gasstel en keek naar het eten. De slavinken waren zwart van buiten en – hij sneed erin – rood van binnen, de aardappels nog steeds hard. Alleen de spinazie leek wel goed te gaan. Lucy ging naast hem staan, kroop onder zijn arm.
            ‘Het ziet er goed uit, hoor, papa.’
            ‘Gelukkig. Anders wordt het toch alleen appelmoes. Vind je het leuk om de tafel te dekken?’
            ‘Ja! Mogen we dan de mooie placemats gebruiken?’
            Hij wist niet waar ze het over had. ‘Natuurlijk. Vanavond doen we immers gek.’
            Ze grijnsde naar hem. Rende weg, hij had geen idee waarheen precies, en kwam terug met wat waarschijnlijk de mooie placemats waren. Ze pakte het bestek, legde de messen en vorken netjes neer, helemaal recht, wel verkeerd om, de borden er precies tussenin en een servetje voor allebei daarbovenop.
            ‘Klaar!’ Trots keek ze naar hem.
            ‘Het ziet er prachtig uit. Ik denk dat het eten ook klaar is.’
            Ze gingen aan tafel zitten, hij schepte op, schraapte het zwart van de slavink voor Lucy eraf en deed alsof zijn eigen te erg verbrand was om op te eten. Lucy bedwelmde haar aardappels onder de appelmoes, hij liet haar, hoopte dat ze in ieder geval iets voedzaams binnen zou krijgen vanavond. Onder de tafel schommelde ze met haar benen, af en toe voelde hij haar voetje tegen zijn knie. Nu pas viel hem op dat haar roze shirtje binnenstebuiten zat. Had hij haar zo naar school laten gaan? 

Toen ze klaar waren met eten – Lucy had haar bord helemaal leeggegeten – probeerde hij moed te verzamelen om op te staan.
            ‘Zullen we zo iets leuks kijken op televisie?’ vroeg hij aan Lucy.
            ‘Hoef ik dan nog niet naar bed?’
            ‘Vanavond mag je wat langer opblijven.’
            ‘Yes!’ Ze sprong op, liep richting de bank en pakte de afstandsbediening.
            ‘Ho, nog heel even geduld. Ik moet het eten nog weggooien. Anders hebben we straks muizen.’
            Lucy keek hem met grote ogen aan. ‘Bah. Snel dan. Ik help wel weer.’
            ‘Goed. Ik gooi alles in deze pan, dan mag jij die naar de groene bak brengen, en alles er zo hop in kieperen.’
            ‘Dat klinkt leuk.’
            Hij schraapte de pannen uit, lepelde alle resten aardappel en slavink in die met de spinazie. Lucy stond vlak naast hem, volgde elke handeling.
            ‘Zo, voorzichtig, hoor. Hij is zwaar.’ Hij gaf de pan aan Lucy.
            ‘Slippers?’ Ze knikte naar zijn voeten. Hij schopte ze uit, Lucy stapte erin en met beide handen strak om de handvatten van de pan, haar knokkels wit, liep ze heel behoedzaam op de te grote slippers naar buiten. Het gaf hem kort de tijd om zijn ogen weer te sluiten en uit te ademen. Nog heel even, dan was ze naar bed.

 ‘Papa,’ begon ze toen ze terugkwam uit de tuin. ‘Wat is echtscheiding?’
            De brief. Ze had hem gezien.             ‘Och, niets, lieverd. Het gaat over afval scheiden. Die brief is van papier, die mag natuurlijk helemaal niet in de groene bak. Domme papa. Waar hoort die wel?’
            ‘Bij het oud papier!’
            ‘Precies. Goed zo. Geef hem maar hier, dan leg ik hem daarbij.’
            Ze keek even moeilijk. ‘Dat gaat niet papa. Ik heb de pan erop leeggegooid. Appelmoes, aardappels, slavinkjes, spinazie, overal zit spinazie. Ik heb het zelfs nog een beetje aangedrukt.’
            ‘Niet erg, lieverd,’ hij pakte haar hand vast, ‘vandaag zouden we gek doen, toch?’ Hij nam haar mee naar de bank. ‘Kom, dan gaan we televisie kijken.’

Dit verhaal delen?
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *