Het zouden voor altijd jouw hakken op de stoeptegels zijn, elke keer wanneer ik het geluid zou horen. Klik klak, hard, steeds zachter, na-echoënd in mijn hoofd – daar ga je.  

Ik had het moment gekozen. Een jaar, drie maanden en een paar weken later. De plek gekozen. Ik nam je mee, de kroeg in.
                We bestelden. We wachtten. Onze cappuccino werd neergezet. Je zoog de chocoladekoffieboon van tussen je lippen naar binnen en legde je lepeltje op de schuimlaag. Het bleef liggen.
                Ik begon.
                Al die tijd dat ik aan het woord was keek je me niet aan. Je ogen op het koffiekopje, je dronk, om maar niets te hoeven zeggen, je zag hem steeds leger worden, je bleef roeren en nam uiteindelijk droge slokjes. Je schouders kropen omhoog. Een ader klopte als een onrustige worm langs je slaap en kaak. Met beide handen hield je de mok vast, alsof het je enige houvast was, daar in dat koffietentje waar ik je aanviel, frontaal, terwijl je ongewapend was, onvoorbereid, omdat je niet wist dat je je op vijandelijk gebied bevond.
                Ik ging door en door, gaf je geen ruimte om bij te komen, in één keer kwam het er allemaal uit, als een ballon die steeds strakker was gaan staan, naarmate de tijd verstreek, naarmate het gebeurde steeds meer opgeblazen werd omdat ik je het maar niet vertelde, de ballon die nu losgelaten werd, en hoe meer woorden ik vrijliet, hoe meer details over die avond, hoe slapper ik me voelde.

Dronken. Handen in onbekend vlees. Dunne harde lippen. Koude wangen. Krullen die stijl hoorden te zijn. Een geurtje als van een vreemde vrouw in de trein die te dichtbij zat. Mijn hoofd schever dan anders, mijn benen meer gebogen, lager moest ik zijn. Een haak die vervelend in mijn rug porde. Alle shotjes tequila in de wc-pot.

De ballon was leeg. De stilte volgde. En jij vertrok. Naar huis. Je jas viel op de grond toen je opstond. Je liet hem achter in de oneerlijke strijd.
                Ik volgde je. Vond je tussen slordig gevulde koffers. Je trok je schoenen aan. Hoge laarsjes met hakken, en ik dacht nog, waarom niet gewoon je sneakers.
                Jouw tegenaanval.
                Het zullen voor altijd jouw hakken op de stoeptegels zijn. Elke vrouw die langsloopt. Elke keer als ik het geluid hoor, verlaat je me opnieuw. Klik klak. Timmerend op mijn schuldgevoel. Klik klak. Had nu maar niets gezegd. Klik klak. Daar ga je. Klik klak. Daar gaat ze.

Dit verhaal delen?
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

One Comment on “Jouw hakken op de stoeptegels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *