Boven me stort de regen neer op het strak getrokken zeil. In het midden van het plastic vormt zich een dreigende kuil en de wind blaast me van opzij nat met fijne druppels. Ik ga niet naar binnen. Ik blijf als enige staan tussen de lange tafels vol restjes eten en verfrommelde servetten met lippenstift. De vochtige kou trekt van onderen in mijn broekspijpen. Ik loop naar de tafel die als bar fungeert en pak een biertje uit de emmer met gesmolten, drijvende ijsblokjes. Links van me zie ik een paarse vlek naderen. Moniek, weet ik meteen. Ik kijk op. Haar jurk zit te strak om haar buik. Daarom verbaast het me niet dat ze met haar blote arm voor me langs reikt en een sinas pakt.
            ‘Ik ben de bob vandaag,’ licht ze toe waarna ze het flesje, zonder rietje, in één teug leegdrinkt. Ik knik, en zonder iets te zeggen knijp ik kort in haar schouder, zoals ik dat doe, en vroeger al deed als grote broer, toen ze jong was en giechelend mijn hand weg schudde, hou op, en toen ze puber was en reageerde met een knorrige onverschilligheid. Nu zijn we volwassen, nu hoeven we niet meer te doen alsof en beantwoordt ze mijn gebaar met een zacht kantelen van haar hoofd, ze klemt mijn hand tussen haar schouder en wang. Vandaag houdt ze hem iets langer vast dan anders. Voordat ze kan vragen wat er is zet ik het flesje weer aan mijn mond.
            ‘Wanneer zouden ze de bruidstaart aansnijden?’ vraag ik na een paar grote slokken.
            ‘Wat is er aan de hand, Gijs?’ vraagt Moniek, de kwestie van de taart negerend.
            ‘Niets.’ Ik houd mijn bierflesje omhoog en zie dat het leeg is. Ik zet het terug op tafel en ontwijk Monieks blik door naar mijn schoenen te kijken. Er zitten modderspetters op.
            ‘Niets?’
            Dan kijk ik toch op. Moniek heeft haar armen over elkaar geslagen en wrijft over haar blote huid terwijl ze me strak aankijkt.   
            ‘Ze is bij me weg,’ zeg ik na een korte stilte.
            ‘Dat dacht ik al.’ Ze legt haar hand op mijn schouder, knijpt nu in de mijne.
            ‘Hoezo, dat dacht je al?’ Ze irriteert me door niet de moeite te nemen verbaasd te klinken.
            ‘Sarah die vrijwillig een feestje mist? Een bruiloft?’
            O. ‘Nee.’ Ik kijk weer naar mijn voeten.
            ‘Wat is er gebeurd?’
            ‘Ik ben vreemdgegaan,’ zeg ik, harder dan ik daarvoor sprak. Ik daag haar uit, kijk Moniek nu recht aan.
            ‘Wat?’ Ze laat mijn schouder los.
            ‘Vreemdgegaan,’ zeg ik nogmaals, met gespeelde nonchalance. Bijna haal ik mijn schouders erbij op, maar waar ik begrip hoop te vinden in Monieks ogen zie ik vooral boosheid.
            ‘Ja, ik hoorde je wel. Ik vraag me alleen af waarom. Waarom, in godsnaam?’
            Binnen roept iemand dat de bruidstaart aangesneden wordt. Ik wil weglopen, dankbaar voor de mogelijkheid om niet te hoeven antwoorden. Moniek pakt de revers van mijn jasje vast.
            ‘Blijf staan.’
            Ik zucht. En blijft staan. ‘Waarom? Dat is wat iedereen zich zal afvragen, hè? Als het Sarah was geweest, zou niemand dat vragen. Als het Sarah was geweest zou iedereen medelijden met me hebben, dan zouden ze zeggen dat ze het zo erg vinden, terwijl jij net zo goed als ik weet wat ze zouden denken.’
            ‘Wat zouden ze denken?’
            ‘Dat was te verwachten.’
            ‘Wat een onzin, Gijs. Dat is – ’
            ‘Hoe vaak heb ik van vrienden niet moeten horen dat ze te goed voor me was,’ onderbreek ik haar. ‘Hoe vaak hebben mensen haar niet gevraagd of ik haar broer was. Dat ik haar vriend was, dat kwam niet bij ze op. Ik… Terwijl zij… zij…’ Ik raak een beetje buiten adem.
            ‘Doe niet zo onzeker, dat staat je niet.’ Moniek schudt nauwelijks zichtbaar haar hoofd.   
            ‘Iedereen wist dat dit zou gebeuren, dat ze uiteindelijk bij me weg zou gaan. Ik heb het alleen iets makkelijker gemaakt. Voor haar. Is dat geen liefde?’ Ik hoor het cynisme in mijn eigen stem. ‘Ik heb haar een vrijbrief gegeven om eerder en met een goede reden bij me weg te gaan.’
            ‘Je hebt haar geen vrijbrief gegeven, je hebt haar zonder woorden gezegd op te rotten. Kwetsend en onnodig. Zo onnodig. Jezus, Gijs. Waarom ben jij de enige die dat niet doorheeft?’
            ‘Ze was te goed voor me.’
            ‘Ja, dat heb je altijd gezegd, en dat heb ik altijd ontkend, dat weet je. Nu begin ik te geloven dat je gelijkt hebt.’
            ‘Nou, mooi.’ Ik sla mijn armen over elkaar. Niet langer meer de grote broer. Zij is nu de oudste.   
            Moniek draait zich om en pakt een druppend biertje uit de emmer. Als ze een slok wil nemen, leg ik mijn hand op haar onderarm om haar tegen te houden.
            ‘Ik dacht dat – ’
            ‘Wat? Dat ik zwanger was? Nou, nee dus. We proberen het. En het lukt niet.’
            Ik wil in haar schouder knijpen. Ze loopt weg. ‘Ik ga pap en mam zoeken.’
            Ik volg haar niet, blijf staan, als enige daarbuiten, in de war. Ik snap het niet. Hoe kon Moniek mij nu de slechterik maken. Ik wil dat ze hier blijft staan, ik wil haar zeggen dat Sarah nooit van me gehouden heeft, niet echt, ik was gewoon makkelijk, ik was de man die iedere vrouw een keer misbruikt op dat punt in haar leven dat ze zichzelf ervan overtuigt dat het tijd is om te stoppen met fladderen, dat ze rust moet vinden, dat ze het geluk zal vinden in iemand die haar nooit zal kwetsen, dat dat liefde is, het maatje, een goede vriend. Toch, Moniek? Jij als vrouw moet dat herkennen. Jij weet dat die fase weer voorbij gaat. Ik schop tegen de bierdopjes op de grond. Nog meer modder op mijn schoenen. Moniek, kom terug, zeg ik hardop. Ik wil dat ze me vertelt dat ik de goede keuze heb gemaakt, ik wil dat ze het begrijpt, dat ze me troost, dat we een paar keer goed vloeken en dan naar binnen gaan om ons te bezatten.
            Moniek blijft weg.
            Ik draai me om en stap onder het zeil vandaan, waar de regen me als een samengebalde vuist op de bovenkant van mijn hoofd slaat.

Dit verhaal delen?
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *